Bruno & zijn Nederlandse taalvrager

Bruno Molijn is taalmaatje. Hij werkt en spreekt één keer per week af met zijn Nederlandse taalvrager.

Soepel
Op de vraag van Ellen hoe hij begon met zijn taalvrager, antwoordt Bruno: “Mijn motivatie was vluchtelingen te helpen met de Nederlandse Taal. Ik moest wel even omschakelen dat het een Nederlander was. Na de koppeling ging het erg soepel. Ik moest zoeken op welk niveau hij zat en daarom zijn we begonnen met lezen. Daaruit bleek dat zijn leesvaardigheid redelijk was.” Bruno vertelt enthousiast dat zijn taalvrager inmiddels regelmatig een leesboek leent. Samen zijn ze gaan zoeken wat er belangrijk was voor het uur dat ze samenkomen. Ook zij kwamen uit op werkwoorden en werkwoordsvormen.

Oefenen met werkwoorden
Het handboek ‘Schrijven zonder fouten’ geeft hun de structuur om elke keer een goed stuk van de Nederlandse taal te leren. Laatst zijn ze door omstandigheden een maand niet bij elkaar gekomen. Dan merken ze allebei dat ze er weer even in moeten komen. En hoe belangrijk het is om te herhalen. Een Nederlandse taalvrager maakt het gemakkelijk in de communicatie. Dat geeft ruimte om tussendoor even een ontspannen praatje met elkaar te maken. Dat maakt het ook gezellig.

Wederzijds vertrouwen
Bruno geeft aan dat hij en zijn taalvrager het goed met elkaar kunnen vinden. Dat er van twee kanten vertrouwen is. Hij heeft er een nieuw contact bij. De uitdaging om de Nederlandse taal aan iemand te leren, maakt je bewust hoe ingewikkeld de Nederlandse taal is.

Ellen vraagt aan de Nederlandse taalvrager, die graag anoniem blijft: “Waar liep je tegenaan in je leven dat je op zoek bent gegaan naar de mogelijkheid om je schrijf- en leesvaardigheid van de Nederlandse taal te verbeteren?”

Verder geholpen in de bibliotheek
“Ik heb 43 jaar met mijn handen gewerkt. Helaas werd het fysiek te zwaar. Zodoende moest ik op zoek naar ander werk. Een familielid die in een bibliotheek werkt, vertelde mij dat ik naar de bibliotheek kon gaan en dat ik daar verder geholpen kon worden.”

Samen met zijn zoon vulde hij een aanmeldformulier in en is het balletje gaan rollen. Het duurde ongeveer drie maanden voordat hij gekoppeld werd aan Bruno. Mailen vindt hij lastig. Hij wil liever iemand telefonisch spreken.“

Hoe was je schooltijd en hoe heb je die ervaren?”
“Op de lagere school kon ik moeilijk meekomen, er was ook geen goede begeleiding. Na twee jaar ging ik naar aangepast onderwijs. Met een spraak-juf had ik, voordat de les begon, 20 minuten leren lezen. Na de lagere school kreeg ik het advies voor een tussenjaar metaalbewerking. Daarna LTS, die heb ik niet afgemaakt. Mijn vader kreeg in die tijd een nieuwe zaak. En zodoende ben ik op mijn 14e jaar gaan werken. Mijn schooltijd was geen fijne tijd. Het was een negatieve spiraal.”

Hij vond het leuk om te werken, hij kreeg vertrouwen dat hij wat waard was. Ook het overbrengen van zijn praktijkervaring aan andere jongens werkte positief.

Altijd blijven vechten
Hij heeft een belangrijke boodschap voor iedereen in Nederland die ook moeite heeft met lezen en schrijven. “Kom over die schaamte heen, durf de drempel te nemen, kijk wat er mogelijk is om hulp te krijgen. Je moet altijd blijven vechten!”

Bruno voegt er nog aan toe dat mensen in zijn omgeving heel positief reageren als hij vertelt dat hij taalmaatje is voor een Nederlandse taalvrager. “ Wat goed en wat een dapper besluit dat die man besloten heeft om zijn taal te verbeteren en een taalmaatje te zoeken.”, is vaak de reactie.