Boekstart voorleestips

Voorleestips

Voorlezen kan altijd en overal, maar sommige momenten zijn handiger dan andere. Ook let je bij het voorlezen aan baby’s op andere dingen dan bij je peuter.
Lees hier meer over hoe en waar je je baby, dreumes of peuter het best kan voorlezen.
 

LEZEN MET BABY'S


Hoe lees je voor?

  • Tip 1: Kies een vast voorleesmoment. Dit kan bijvoorbeeld voor het slapengaan, maar ook als rustpunt op een vaak drukke dag.
  • Tip 2: Ga samen lekker op een rustige plek zitten. Doe radio, televisie en computer/laptop uit, dat leidt maar af. Zorg ervoor dat jezelf ook prettig zit.
  • Tip 3: Houd je baby zo, dat je oogcontact kunt maken.
  • Tip 4: Kies een afbeelding in het boekje en laat deze goed zien. Houd het boekje zo stil mogelijk, zeker als je baby nog heel klein is. Draait je kind de oogjes of het hoofdje weg, gun het dan even rust.
  • Tip 5: Een of een paar afbeeldingen laten zien is genoeg. Het boek hoeft niet in een keer uit; jaag het er niet doorheen.
  • Tip 6: Laat je stem horen, wat je zegt is eigenlijk niet zo belangrijk. Benoem wat er te zien is, maak bijpassende geluiden of zing een liedje!

Wanneer lees je voor?

  • Tip 1: Voorlezen aan baby’s kan ’s middags en ’s avonds voor het slapengaan. Of ’s morgens vroeg, wanneer het thuis lekker rustig is.
  • Tip 2: Wanneer je een moment van rust wil inlassen (als je kind erg actief is geweest, veel indrukken heeft opgedaan).
  • Tip 3: Wanneer je kind wat extra aandacht nodig heeft, omdat het hangerig of ziek is.
  • Tip 4: Zingen voor je baby kan de hele dag: tijdens het badje, het verschonen, het voeden, maar ook wanneer je baby niet in slaap kan komen of zich verveelt in de box.

LEZEN MET DREUMESEN EN PEUTERS


Hoe lees je voor?

  • Tip 1: Geef je kind de ruimte om te reageren op wat je voorleest: las een korte pauze in en kijk daarbij het kindje aan. Ga in op de reacties.
  • Tip 2: Geef het kind gelegenheid om iets te zeggen tijdens het voorlezen. Het gaat erom dat je kind praat, dus alle opmerkingen over het verhaal zijn goed.
  • Tip 3: Stel de dreumes een vraag bij wat er te zien is; ook al kan een kind nog niet praten, vaak snapt het een eenvoudige vraag wel (‘Zie jij het hondje?’; ‘Wat zegt het hondje?’: ‘Wafwaf…’).
  • Tip 4: Laat je kind het verhaal navertellen aan een broertje, zusje of aan opa en oma.
  • Tip 5: Lees en bekijk hetzelfde boek een paar keer. Dat geeft houvast en veiligheid. Iedere keer begrijpt en herkent het kind een beetje meer.

Wanneer lees je voor?

  • Tip 1: Je kindje moet leren begrijpen wat ‘lezen’ inhoudt. Door steeds de voorleessessie op dezelfde manier te beginnen, weet je kind wat er gaat komen. ‘Zullen we samen een boekje lezen?’
  • Tip 2: Laat elke keer als je begint met voorlezen dezelfde knuffel of handpop zien. Dan weet je kindje: ‘Ha, we gaan fijn samen een boekje bekijken.’
  • Tip 3: Lees hetzelfde boekje een aantal keren voor. Dat biedt je kindje houvast en herkenning. Vol trots zal het al gauw meedoen, en bijvoorbeeld ‘blaffen’ nog voor je kunt vragen: ‘Wat doet het hondje?’.
  • Tip 4: Maak van de voorleesmomenten een vaste gewoonte. Kies daarvoor de tijd die jou goed uitkomt: lekker rustig ’s morgens vroeg, ’s middags samen op de bank of voor het slapen gaan.

LEESTIPS PER LEEFTIJDSFASE

Hoe verloopt de ontwikkeling van je baby, dreumes en peuter op een bepaalde leeftijd?
Hieronder lees je meer over de ontwikkeling van je kind per leeftijd en hoe je het beste samen een boekje kan lezen.
 

Je baby is 2 of 3 maanden

Je baby luistert graag naar stemmen. Hij herkent ook al bekende stemmen, zoals die van jou. Je baby vindt het daarom heel gezellig als je tegen hem praat of een liedje voor hem zingt. Je baby begrijpt nog niet wat er wordt gezegd of gezongen. Maar door jouw stem te horen, weet je baby dat jij er bent. Het geeft een gevoel van veiligheid. Jij kunt aan jouw baby merken dat hij er rustig van wordt. Dingen die bewegen vindt een baby leuk, zoals jouw gezicht zien als je tegen hem praat, of een mobile boven de wieg. Je baby kijkt geboeid naar deze bewegende dingen. Jouw baby kan zelf een speeltje vasthouden als je het in zijn handen geeft. Door je dagelijkse handelingen te benoemen combineert je baby dat wat hij waarneemt met de woorden die hij hoort.

Voorlezen aan baby’s van twee of drie maanden verloopt anders dan het voorlezen dat je jezelf kunt herinneren van vroeger, of het voorlezen in kinderprogramma’s op televisie. Een baby kan nog niet naar een verhaal luisteren of praten over de mooie plaatjes die er in een boekje staan. Maar een baby kan wel met een boekje spelen, een boekje vasthouden en naar plaatjes kijken. Baby’s vinden voorlezen heel plezierig. Dat plezier zit voor een baby vooral in het gezellige en het knusse samenzijn, het krijgen van aandacht en het hebben van contact. De baby vindt het fijn om bij je op schoot te zitten en om samen met iets bezig te zijn.

Je baby is 3, 4 of 5 maanden

Je baby ontdekt zijn vingers en handen. Hij kan er lang naar kijken en gaat met de eigen vingers spelen. Je baby gaat grijpen naar voorwerpen die hij ziet. Hij kan voorwerpen vasthouden en heen en weer bewegen. Vooral voorwerpen met felle kleuren en voorwerpen die geluid maken trekken de aandacht. Je kind stopt alles in de mond. Op die manier verkent hij de dingen om zich heen. Je baby kan horen waar een geluid vandaan komt. Wanneer je een rammelaar heen en weer beweegt, kijkt hij in de richting van dit geluid. Je baby kan al iets onthouden. Hij onthoudt een liedje dat vaak wordt gezongen. Of een vaste volgorde in de dingen die je doet. Je baby merkt dat er iets gebeurt, als hij een bepaalde beweging maakt. Dat de rammelaar een geluid maakt wanneer je ertegenaan slaat. Of dat de mobile gaat bewegen wanneer je hem aanraakt. Deze gebaren gaat je baby daarom steeds opnieuw maken.

Boeken verkennen
Een baby ziet een boek nog als speelgoed. Daarom gaat hij ermee zwaaien, of gaat hij erop slaan of doet hij het boekje in de mond. Dat hoort bij het ontdekken van boeken. Speciale babyboekjes kunnen tegen een stootje. Door samen regelmatig met een boekje bezig te zijn, ontdekt je baby langzamerhand het verschil tussen een boekje en andere speeltjes. Bij een boek hoort: bij papa of mama op schoot zitten, samen bezig zijn, naar iets kijken en vooral: luisteren naar hun stem. Je baby kan ernaar kijken. Het boek vastpakken. Erop sabbelen. Voor een baby is een boek eerst speelgoed. Maar… over een paar maanden gaat je baby merken dat een boek ook nog iets anders is. Dat er interessante dingen in staan. Dan is het goed dat hij er al vertrouwd mee is.

Samen kijken en ontdekken
In boekjes voor baby’s staan meestal alleen plaatjes, bijvoorbeeld van dieren. Dat is leuk, want daar kun je geluiden bij maken. Je baby zal dat prachtig vinden! Zo leer je hem al heel vroeg plezier beleven met een boekje én hij leert waar een boek eigenlijk voor dient.

Niet te lang
Als je jouw baby voorleest, kun je gemakkelijk zien wanneer hij er genoeg van heeft. Hij gaat dan met de ogen wegkijken en richt zijn aandacht op iets anders. Je kunt proberen zijn aandacht weer op het boek te vestigen door iets aan te wijzen of door het rammelgeluid te maken. Merk je aan je baby dat hij uitgekeken is, dan kun je het boek weer opbergen of in de wieg of box leggen. Het samen bezig zijn met een boek duurt maar kort, soms maar een paar minuten. Maar je kunt het wel meerdere keren op een dag doen: na het bad of na een voeding of fruithapje. Zo wordt het voorlezen een vaste gewoonte voor jou en je baby.

Je baby is 5, 6 of 7 maanden

Je baby kan de bewegingen van zijn handen steeds beter sturen. Het pakken en vasthouden van voorwerpen gaat meer gericht. Ook kan je baby iets van de ene in de andere hand pakken. Als je baby de dingen goed kan vasthouden, kan hij ze ook beter bekijken. Je baby krijgt daardoor nog meer belangstelling voor de voorwerpen om hem heen. Je baby gaat allerlei voorwerpen met de handen en mond betasten. Je baby voelt nu of iets zacht is, of glad of hard. Je baby kan nu verschillende klanken maken. Hij heeft duidelijk plezier in zijn eigen gebrabbel. Wanneer je deze klanken nadoet, stimuleert dat je baby om nog meer geluiden te maken. Zo ontstaan er gesprekjes tussen jou en je baby. Je baby leert bekende dingen herkennen. Bekende mensen en dingen worden meer vertrouwd. Bij gebeurtenissen die dagelijks voorkomen, gaat je baby de vaste volgorde herkennen.

Herhalen
Voorlezen aan baby’s van ongeveer een half jaar betekent vooral dat je goed naar je baby moet kijken. Waar heeft hij aandacht voor? Naar welk plaatje kijkt hij nu? Welk geluid vindt hij leuk? Of: welk gebaar van mij vindt hij grappig? Als je daar als voorlezer op let, kunt je juist die leuke dingen gaan herhalen. Het voorlezen wordt dan voor je baby en ook voor jezelf steeds plezieriger. Baby’s laten goed merken dat ze voorlezen leuk vinden. Soms houden ze je vinger vast, of kijken ze lachend naar je gezicht.

Aanwijzen en vertellen
Bij het samen naar de plaatjes kijken, kun je aanwijzen wat er op de plaatjes te zien is. Je baby begint het aanwijzen al te volgen. Maar hij wil zelf ook allerlei dingen met het boek doen, zoals ermee zwaaien, erop slaan of het boek in de mond nemen.Als je baby het boek in de mond neemt, kun je niet meer over de plaatjes vertellen of iets aanwijzen. Af en toe is het een oplossing om je baby even een bijtring of een fopspeen in de mond te geven. De aandacht kan dan nog wat langer op het boek gericht blijven.

Je baby is 7, 8 of 9 maanden

Je baby kan nu goed rechtop zitten. Hij kan ook steeds beter een speeltje of een boek pakken en vasthouden. Je baby heeft veel interesse in alles wat je doet. Hij kan lang naar jouw bezigheden kijken. Je baby heeft belangstelling voor allerlei verschillende soorten geluiden. Veel van deze geluiden herkent hij al: het slaan van de klok, het blaffen van de hond, het rinkelen van de telefoon. Als je veel met je baby praat, kan hij enkele zinnen en woorden al begrijpen. Hij kijkt in de goede richting als je vraagt waar papa is of waar de fles is.

Wat je kunt doen voordat je gaat voorlezen
Bekijk het boek dat je aan jouw baby wilt geven eerst zelf:

  • Vind je het een leuk of een mooi boek?
  • Is het stevig genoeg voor een baby?
  • Er hoeven geen woorden in te staan.
  • Eén plaatje per bladzijde is genoeg.

Het leukst zijn plaatjes van dieren en mensen, want daar kun je gemakkelijk iets bij vertellen. Herhaal ongeveer dezelfde woorden, geluiden en bewegingen bij hetzelfde plaatje, zodat je baby ze leert herkennen.

Spelen of lezen
Het is prima als je baby het boek in de mond stopt. Maar af en toe kun je proberen of hij ook iets anders met het boek wil doen. Geef dan een bijtring, lapje of fopspeen om in te bijten. Dwing je baby niet. Wil hij niet meer met het boek spelen, stop er dan mee. Probeer het een andere keer nog eens.

Je baby is 9 tot 12 maanden

Je baby kan een voorwerp van de ene in de andere hand overpakken. Je baby kan zich verplaatsen en gaat steeds meer zelf de omgeving verkennen. Je baby herkent bekende dingen en personen op plaatjes en foto’s. Als je een paar foto’s in een mapje doet, heb je een heel speciaal prentenboek gemaakt voor je baby. Tijdens het brabbelen van je baby hoor je steeds meer bekende klanken en lettergrepen. Sommige baby’s kunnen al woorden nazeggen. De meeste baby’s begrijpen wel woorden, zoals de eigen naam, maar zeggen deze woorden nog niet.

Voorlezen kan al iets langer
Baby’s begrijpen op deze leeftijd steeds beter wat er op de plaatjes te zien is. Ze kijken vaak heel aandachtig naar de plaatjes en kunnen het voorlezen ook al langer volhouden. Ze weten over welk plaatje je iets vertelt, ook al wijs je het niet direct aan. Kinderen gaan nu ook zelf aanwijzen op de plaatjes. Je kunt dan de naam van het voorwerp noemen. Wanneer je tijdens het voorlezen allerlei gebaren maakt, gaat je baby die nadoen. Juist dit bewegen tijdens het voorlezen maakt het extra aantrekkelijk.

Een vaste gewoonte
Als je baby echt niet meer wil, kun je beter stoppen en het later op de dag nog eens proberen. Als je regelmatig voorleest, op vaste momenten van de dag, wordt het voorlezen voor je baby vertrouwd en bekend. Het wordt dan een vaste gewoonte waar je baby zich prettig bij voelt. Zo bouw je een ritueel op.

Je baby is 12 tot 16 maanden

En dan is je baby een jaar! Jonge kinderen tussen de een en anderhalf jaar krijgen steeds meer belangstelling voor alles wat er om hen heen gebeurt. Hun wereld wordt groter. Je kind kan steeds meer zelf: zelf de sokken uittrekken of van een lepel eten. Ook wil het graag ‘helpen’. Met boodschappen uit de tas halen bijvoorbeeld. Je kind kan kruipen en lopen. Het gaat zelf op onderzoek en verkenning uit. Daar heeft het ‘t heel druk mee. Het is dan extra fijn om even rustig bij papa of mama op schoot te zitten en samen in een boek te kijken. Ook in een boek is veel te ontdekken over de wereld om je heen. Je kind gaat woorden gebruiken. Het kan je met één woord al veel verschillende dingen duidelijk maken.

Aanwijzen, benoemen en praten
Jonge kinderen tussen de een en anderhalf jaar beginnen steeds meer te praten. Veel namen van dieren en voorwerpen uit de eigen omgeving kent je kind al, ook al zegt het ze nog niet allemaal zelf. Het weet dat alle dingen een naam hebben en wil die namen ook graag horen. Als je samen in een aanwijsboek kijkt, kun je voorwerpen aan je kind aanwijzen en benoemen. Er samen over praten is gezellig en breidt de woordenschat uit.

Geef je kind de kans om een plaatje goed te bekijken als het dat wil. Ook al is dat steeds hetzelfde plaatje. Het kijkt van het een naar het ander en ontdekt er steeds iets nieuws aan.

Bij het praten bij de platen kun je in je eigen woorden vertellen wat je ziet. Probeer ook of je kind de woorden in het boek begrijpt. Dan kun je voorlezen én vertellen.Probeer verschillende woorden te gebruiken voor een plaatje. Een ‘hond’ is ook een ‘dier’ en misschien heeft de hond in het boek en naam. Zo gaat je kind begrijpen dat er verschillende woorden zijn voor hetzelfde ding. Misschien heb je zelf een hond. Betrek die er ook bij. Zo gaat je kind herkennen dat dingen uit het boek te maken hebben met de échte wereld.

Je kind is 16 tot 20 maanden

Je kind kent al veel woorden. Daardoor gaat het steeds meer begrijpen van alles om hem heen. Het kan gerichte opdrachten uitvoeren, zoals ‘pak je bal maar’. Je kind wil alles nadoen wat jij doet. Ook andere kinderen worden interessant. Nog niet zozeer om mee te spelen, maar wel om naar te kijken of aan te raken. Ook bij het praten doet je kind je na. Zo leert het veel van de taal. Ook zegt het woorden om je iets te vertellen of te vragen. Je kind begint te begrijpen dat woorden iets betekenen. Misschien praat het nog niet zo goed, het weet wél goed wat het bedoelt. Je kind begint echt te spelen en gaat zijn fantasie gebruiken. De pop krijgt ook een hapje eten. De kinderstoel is opeens een auto met het lege bord als stuur. Je kind heeft veel belangstelling voor zijn eigen lichaam. De verschillende lichaamsdelen benoemen en aanwijzen is een leuk spel. Er zijn ook veel liedjes en versjes waarin de verschillende lichaamsdelen voorkomen. Zoals ‘Klap eens in je handjes’ en ‘Deze vuist op deze vuist’.

Een echt verhaal
Kinderen van ongeveer anderhalf jaar krijgen steeds meer belangstelling voor de inhoud van boeken. Ze gaan interesse krijgen voor wat de figuren in het boek doen en meemaken. Nu kun je het benoemen en aanwijzen van de platen aanvullen met vertellen over wat er op de plaatjes gebeurt. Je kind herkent de gebeurtenissen in het boek en leeft mee: in bad gaan, aankleden, boodschappen doen, samen op de fiets. Je kind gaat het verband tussen de verschillende onderdelen op een bladzijde ontdekken. Het begrijpt dat het ene met het andere te maken heeft.

Gebruik bij het voorlezen woorden die met lezen en boeken te maken hebben. Zoals: voorkant, achterkant, bladzijde, omslaan. Zo leert je kind iets over boeken.

Je kind is 20 tot 24 maanden

Je kind kan zich steeds beter bewegen. Ook fijne bewegingen lukken steeds beter, zoals het vasthouden van een potlood of krijtje of het bladeren in een boek. Je kind leert de eigenschappen van voorwerpen: of iets hard is, zacht, glad, zwaar of licht. Je kind kent steeds meer woorden en gaat ook allerlei dingen vragen: ‘Is dat?’ of ‘Naartoe?’ En het kan ook ‘nee’ zeggen als het iets niet wil. Je kind praat in zinnetjes van twee woorden, die van alles kunnen betekenen. ‘Mama bal’ kan zijn: ‘Mama, hier is de bal’. Maar ook: ‘Mama, mag ik de bal?’ of: ‘Waar is de bal?’. Je kind kan al een echt gesprek voeren. Als je iets zegt, wacht het op zijn beurt om iets terug te zeggen.

Interessante buitenwereld
Voor kinderen van bijna twee jaar wordt de buitenwereld steeds interessanter. Er is veel te zien, te proberen en te ontdekken; meer dan je als tweejarige aankunt. Veel van die buitenwereld is in boeken terug te vinden. Boeken geven de kans om veel te leren over de wereld om je heen. Boeken met verschillende onderwerpen sluiten daarop aan: over dieren, huis en tuin, auto’s, uitstapjes.

Je kind is 2,5 tot 4 jaar

Je kind gaat verschillen tussen mensen en situaties ontdekken. Papa doet anders dan opa. Op de kinderopvang gelden andere regels dan thuis. Je kind kan overeenkomsten en verschillen in dingen herkennen. Het kan ze in gedachten in groepen indelen. Dit is een grote intellectuele stap. Met die indeling krijgt het grip op de wereld. Je kind verbindt nieuwe informatie met wat het al weet. Zo bouwt het kennis op. Het lukt je kind steeds beter met anderen te praten: praten met anderen gaat op basis van gedeelde kennis.

Aanwijsboeken zijn nog steeds populair; nu kunnen de platen wat drukker zijn. Daarnaast is je kind toe aan een prentenboek met een eenvoudig verhaaltje. Het moet gaan over gebeurtenissen die dicht bij hem staan. Bijvoorbeeld verhalen waarin een jongetje of meisje alledaagse dingen beleven. In deze figuurtjes ziet je kind zichzelf. Via hun belevenissen kan je kind zijn eigen ervaringen verwerken en ordenen. Ook dieren in de hoofdrol doen het goed. De platen moeten duidelijk laten zien wat er in het verhaal gebeurt. Ze moeten uitnodigen tot goed kijken en erbij vertellen.  

                                

DIGITALE TIPS
Al zijn baby’s zelf nog niet bezig met een laptop, smartphone of tablet, zij zien jou dat wel doen. Zo komen ze er ongemerkt mee in aanraking en willen ze er als ze ouder worden zelf ook graag mee omgaan. Tot de leeftijd van twee jaar is beperkt gebruik van digitale media in principe niet verkeerd. Blijf wel altijd in de buurt om je kind te begeleiden en zorg daarnaast voor variatie. Het is belangrijk dat kinderen hun zintuigen ontwikkelen. Voelen, sabbelen, proeven; baby’s ontdekken de wereld met hun hele lijfje! Zorg daarom ook altijd dat ze met fysieke boekjes in aanraking komen.

Vanaf 2 jaar
Vanaf twee jaar kunnen tablets en televisie een aanvulling zijn op hun spel. Maar alleen samen met een volwassene, die onder woorden kan brengen wat kinderen ervaren. En zorg ervoor dat digitale media niet in de plaats komen van ‘echte’ boeken. Het voorlezen met een digitaal prentenboek of app geeft een andere beleving dan uit een ‘papieren’ boek. Daarom vullen boeken en digitale prentenboeken of apps elkaar goed aan.

Leerzaam
Bekijk met je kind de beelden op de computer of tablet. Pak later het boek er weer bij. Zo ontstaat een goede wisselwerking. Het is leuk om de boekfiguurtjes op de plaatjes te zien bewegen op het scherm. En andersom: om over de figuurtjes van het scherm meer avonturen te lezen. Op de goede manier gebruikt kan spelen met tablets juist leerzaam zijn. Vertel wat je ziet en praat daar samen over.